Skip to main content
Home » Ondernemen » Trots op onze Belgische ondernemerskracht
Ondernemen

Trots op onze Belgische ondernemerskracht

Bart Buysse, GEDELEGEERD BESTUURDER VAN UNIZO

De grote kracht van onze economie komt niet alleen uit enorme schoorstenen of metershoge kantoorgebouwen. Je vindt ze niet alleen bij ‘the big 4’ of andere ronkende namen. Ze ontluikt vooral in ateliers en hangars, in stadskernen en buurtwinkels, in camionetten en bakkersauto’s.

Ze wordt gecreëerd door zaakvoerders die al lang wakker liggen voor hun wekker afgaat. Bij mensen die ondernemen, met de botten in de modder, op eigen risico en voor eigen rekening, met meer overtuiging dan zekerheid. België telt vandaag meer dan 1,37 miljoen kmo’s. Samen vormen ze 99 procent van alle ondernemingen in ons land, goed voor 65 procent van de jobs en voor bijna 60% van de economische waarde.

Zij zijn de kapiteins die ons landje drijvend houden. En daarvoor verdienen ze respect, want ondernemers varen vandaag niet op rustige wateren. De wind draait snel, de golven volgen elkaar op en de horizon verandert voortdurend van kleur. Regels verschuiven, kosten stijgen en verwachtingen vergen continu herevaluering. Dat merken we nu nog maar eens door de conflicten in het Oosten. De kosten daarvan sijpelen ongenaakbaar door in de facturen, jaarrekeningen en toekomstplannen van de Belgische ondernemer.

En toch blijft de Belg ondernemen. Nooit waren er meer starters, en wie al een bedrijf heeft, blijft er alles aan doen om vooruit te gaan. Het is de koppigheid van zelfstandigen die de zeilen bijstelt en verder doet varen. Met creativiteit wanneer middelen schaars zijn en met de overtuiging dat er achter elke bocht opnieuw kansen liggen.

Als ondernemers voor wind in de Belgische zeilen zorgen, is het de taak van het beleid om het schip zeewaardig te houden.

Je ziet dat in grote en kleine verhalen. In familiebedrijven zoals Fruitsnacks, waar duurzaam telen en maatschappelijk engagement hand in hand gaan met ondernemerschap. Of in bedrijven zoals Lamfil, vandaag een internationale speler met toepassingen die overal om ons heen opduiken, die ooit gewoon begon als een kleine onderneming in België. Het zijn verschillende trajecten, maar met dezelfde kapiteins: ondernemers die durven bouwen.

Wanneer 99 procent van onze ondernemingen uit kmo’s bestaat, zou elk beleid ook vanuit die realiteit moeten vertrekken. Think small first dus. Eerst kijken wat een maatregel betekent voor de kleine werkgever. Te vaak gebeurt het omgekeerde. Regels worden geschreven voor grote structuren en complexe organisaties, waarna kleine bedrijven zich maar moeten aanpassen. Dat zorgt voor administratieve ballast, voor kosten die zwaarder doorwegen en voor veel kopzorgen en onzekerheid bij ondernemers die net willen groeien en investeren.

Wie het economisch weefsel van dit land wil versterken, begint dus niet bij de grootste spelers, maar bij de vele kleine. Door regelgeving eenvoudiger te maken, ondernemers ruimte te geven en vertrouwen te tonen in wie elke dag opnieuw risico neemt.

Als ondernemers voor wind in de Belgische zeilen zorgen, is het de taak van het beleid om het schip zeewaardig te houden. Niet door nieuwe ballast aan boord te hijsen, maar door ervoor te zorgen dat de koers kan aangehouden worden, ook wanneer de wind weer verandert.

Next article