Skip to main content
Home » Energietransitie » “Optimale performantie van gebouwen start bij een doordacht ontwerp”
Energietransitie

“Optimale performantie van gebouwen start bij een doordacht ontwerp”

Comfort als ‘state of mind’ in de kantoren van het Onderzoekscentrum Praktijkpunt Landbouw. Alle zintuigen worden geprikkeld, natuurlijke materialen domineren en daglicht is rijkelijk aanwezig. foto: archipelago.

De bouwsector is verantwoordelijk voor 30 tot 40% van alle wereldwijde CO2-emissies. Om die impact verder te kunnen verminderen, moet men verder leren kijken dan de isolatie en technische installaties van gebouwen. Iwein Meyskens (Managing Partner) en Joost Declercq (Sustainability Manager) van archipelago bespreken de cruciale rol van het ontwerp.

Tekst: Joris Hendrickx

Hoe belangrijk is de materiaalkeuze van gebouwen in het kader van de duurzaamheid?
Joost Declercq.

Declercq: “Door de alsmaar verbeterende energieprestaties van gebouwen begint het belang van de verwerkte bouwmaterialen steeds meer door te wegen in de CO2-uitstoot. Daarom proberen we om onze materialen zo veel en lang mogelijk te valoriseren en in de gebruiksketen te houden, zodat de CO2-voetafdruk kan verminderen. We zetten continu in op een doordachte materiaalkeuze en levenscyclusanalyses, en zorgen er met een flexibel ontwerp voor dat een gebouw tijdens zijn levensduur makkelijk andere invullingen en functies kan krijgen. Dat deden we ook voor een recent gewonnen ontwerpwedstrijd voor Praktijkpunt Landbouw, een onderzoekscentrum voor praktijkgericht landbouwonderzoek.”

Waarom is het belangrijk om al vanaf het ontwerp de energieperformantie te optimaliseren?

Declercq: “Bij het architecturaal ontwerp van Praktijkpunt Landbouw zorgden we er meteen ook voor dat de energievraag zo laag mogelijk blijft. In dat kader gebruiken we de ‘Performance Based Design’ methodologie, waarbij we al in een heel vroeg stadium berekenen wat de performantie van het gebouw kan zijn en hoe bepaalde vroege ingrepen aan de architectuur daar een invloed op kunnen hebben. Het is immers in dit stadium dat deze ingrepen het best renderen.”

Hoe belangrijk is de samenwerking met andere stakeholders?
Iwein Meyskens.

Meyskens: “We nemen actief deel aan wat in onze sector gebeurt op het vlak van toekomstbestendig bouwen. Zo engageren we ons onder meer voor Sign for My Future en de Green Deal Circulair Bouwen, maar we zijn ook lid van Ecobuild Brussel, Pixii en Flux50.”

Declercq: “Daarnaast zetten we in op samenwerkingen en synergieën met verschillende stakeholders zoals academische instellingen, onderzoeksinstellingen en aannemers. We gaan graag met hen in dialoog omdat zij deze materie ieder vanuit een andere invalshoek kunnen bekijken. Ook zijn we actief betrokken in het doorontwikkelen van de Vlaamse Duurzaamheidsmeter GRO. Op die manier kunnen we een grote impact hebben op de verduurzaming van onze sector.”

Welke opportuniteiten zijn er zoal op vlak van energierecuperatie?

Declercq: “Naast de aanpasbaarheid van het gebouw en het efficiënt gebruik van materialen hebben we bij Praktijkpunt Landbouw ook ingezet op energierecuperatie. De restwarmte van de koelcellen wordt er gebruikt om de kantoren te verwarmen. Bij Project U in Ukkel zetten we zelfs riothermie in, waarbij warmte wordt gehaald uit het rioolwater. Bij EcoWerf in Leuven hielpen we mee aan het ontwerp van een systeem om (CO2 neutraal) biogas te onttrekken uit een grote vergistingsinstallatie voor composteerbaar afval.”

Het energetische profiel van gebouwen is door de klimaatsverandering compleet aan het veranderen.

Hoe houden jullie bij het ontwerp van gebouwen rekening met de klimaatverandering?

Meyskens: “We willen klimaatbewust ontwerpen en gaan daarbij verder dan het gebouw op zich. Ook de omgeving wordt mee opgenomen, denk maar aan de teruggewonnen levenskwaliteit bij het reduceren van  hitte-eilanden.”

Declercq: “Het energetische profiel van gebouwen is door de klimaatsverandering compleet aan het veranderen. Zo verschuift het zwaartepunt voor een groot stuk van verwarmen naar koelen. Bij het ontwerp van gebouwen houden we daarom rekening met de vereisten en randvoorwaarden waarin die gebouwen ook in de toekomst zullen moeten functioneren. Samen met universiteiten onderzoeken we hoe gebouwen op deze veranderende omstandigheden zullen reageren en hoe zij tegelijk een positieve impact kunnen hebben tegen bijvoorbeeld het hitte-eiland effect.”

In welke zin moet de definitie van ‘duurzame’ gebouwen veranderen?

Declercq: “De praktijk heeft intussen uitgewezen dat het hermetisch afsluiten van gebouwen om deze nadien terug leefbaar trachten te maken via allerlei technische installaties vaak geen goed idee is. Mensen kunnen er vaak niet mee overweg en ze zijn moeilijk regelbaar. In dat kader zetten wij eerder in op het gezond verstand en natuurlijke ventilatiestrategieën. We beschouwen gevels daarbij als een huid die moet kunnen reageren op verschillende randvoorwaarden. Zo moeten ze natuurlijk daglicht binnenhalen en tegelijk de warmte buitenhouden. Voor ieder gebouw en zelfs iedere gevel vergt dat een verschillende ontwerpstrategie.”

Meyskens: “Naast de energieprestaties van gebouwen kijken we inderdaad ook naar de gezondheid van de gebruikers. Beide gaan hand in hand.”

Declercq: “Een gebouw waar men zich niet goed voelt, zal men niet juist gebruiken en op lange termijn onvoldoende valoriseren. Een belangrijk aspect daarbij is comfort als een ‘state of mind’. We trachten dat positief te beïnvloeden door de connectie te maken met de natuur en zonlicht. Hierdoor moet het gebouw minder geconditioneerd worden en kunnen enorme winsten worden geboekt. Net daarom zijn we tegen rigide normen en regels, en pleiten we voor een goede portie gezond verstand.”

Next article