Skip to main content
Home » Vastgoed van de Toekomst » Van herenhuis tot hippe hub
Vastgoed van de toekomst

Van herenhuis tot hippe hub

In samenwerking met
In samenwerking met

Het tekort aan goede huurwoningen in ons land begint te nijpen. Het aanbod is klein en de prijzen hoog, waardoor zeker jongen mensen wanhopig op zoek zijn. Ontwikkelaar Coloc Housing wil met een innovatief concept de markt openbreken: door oude herenhuizen op te knappen en voor woningdelen geschikt te maken.


Karel Versyp

CEO EN MEDEOPRICHTER


Joost Callens

EIGENAAR VAN CAMINOGROUP

Een goedgelegen en betaalbaar huurhuis in de stad waar honderd kandidaten op af komen? Het is allang geen uitzondering meer, zeker niet in onze centrumsteden. Tegelijk kampen we met een almaar ouder wordend woonpatrimonium dat dringend opgeknapt moet worden. Kunnen die twee niet gecombineerd worden, vroegen ze zich bij Coloc Housing af. “Wij vormen oude herenhuizen in de stad om naar plekken waar vooral jonge professionals kunnen samenwonen”, zegt CEO en medeoprichter Karel Versyp. “Het gaat om vastgoed dat vooral tussen 1850 en 1900 werd gebouwd. Voor de moderne gezinnen van vandaag zijn die panden veel te groot (vaak 400 vierkante meter en meer) en veel te duur. Ook de typische appartementontwikkelaars gaan liever niet met zo’n gebouw aan de slag: te veel gedoe, te duur, te moeilijk.”

Coloc Housing mikt met zijn aanpak vooral op jonge mensen tussen de twintig en de dertig, zegt Versyp. “Ze leiden een totaal ander leven dan de twintiger van pakweg een halve eeuw geleden. Van kinderen is meestal nog geen sprake, ze reizen rond en zoeken naar een extra diploma, bijkomende ervaringen, een nieuw lief of een ander leven. Het verhaal van: hier is een appartement, dat staat leeg, je moet een afspraak maken bij de makelaar, je tellers overzetten en dat soort zaken…voor iemand die op zoek is naar een woonervaring van een jaar en een half, twee jaar, drie jaar of god weet hoe lang, is dat eigenlijk geen oplossing.”

Voor een veertiger of vijftiger tellen heel andere zaken, zo leerde een marktonderzoek. “Voor een 55-plusser is een woning een spiegel van zichzelf”, legt Versyp uit. “Als die veel met kunst bezig is, is zijn huis ook al een half kunstwerk. Een jongere is daar veel minder mee bezig. Die trekt de levensstijl van zijn studententijd eigenlijk naadloos door, maar wil tegelijk ook net wat meer comfort en esthetische schoonheid.”

Coloc (dat ondermeer vastgoedreus Camino onder zijn aandeelhouders heeft) verhuurt de huizen als een eengezinswoning, aan acht tot twaalf mensen die elk een slaapkamer met eigen sanitair hebben, maar bijvoorbeeld de woonkamer, de keuken en de wasplaats delen. “Je ziet dat de deeleconomie ook in het vastgoed begint door te sijpelen”, zegt Joost Callens, eigenaar van Caminogroup. “Niet alleen worden er auto’s en fietsen gedeeld, in het wonen begint dit ook zijn ingang te vinden. En dat begint bij die doelgroep die Coloc aanspreekt: jong afgestudeerde mensen, jong professionals die dat al gewoon zijn vanuit hun studententijd en dat nu doortrekken. Zie ook het succes van Spotify, Uber en Airbnb.”

Wij vormen oude herenhuizen in de stad om naar plekken waar vooral jonge professionals kunnen samenwonen.

Essentieel binnen elke woning van Coloc is de community, de gemeenschap die ontstaat onder de bewoners, zegt Versyp. “Die kiezen bijvoorbeeld ook via een app zelf de nieuwe huurder als er in de woongemeenschap een plaats vrij komt. Als je een huis deelt, dan spreekt het voor zich dat je er toch mee moet instemmen welke mensen daar zitten. Er is ook maar één teller voor gas en water, daar moeten dus afspraken over gemaakt worden. En de community gaat vaak zelfs ruimer, over de verschillende huizen heen.”

Om af te sluiten: hoe staan de stadsbesturen eigenlijk tegenover dit fenomeen? Zien ze het graag gebeuren dat een eengezinswoning aan tien, twaalf mensen verhuurd wordt? Versyp: “De meeste steden zien ons graag komen om oude, leegstaande gebouwen op te knappen en betaalbaar te verhuren. Andere steden vrezen dat woningdelen ook misbruikt zou kunnen worden door partijen met minder goede bedoelingen. Antwerpen bijvoorbeeld beperkt medehuren nogal arbitrair tot zes personen. Zo kom je natuurlijk in het vaarwater van de traditionele gezinnen die betaalbaar willen wonen. Een uniforme Vlaamse regelgeving zou de complexiteit voor investeerders en internationale huurders al sterk verminderen. Sowieso krijg je dat aan een Fransman of een Amerikaan niet uitgelegd: in Gent hebben we geen probleem, maar pak de trein naar Antwerpen, een half uur verder, en je krijgt een njet. Ook in Nederland bijvoorbeeld is dit een allang ingeburgerd concept.”

Next article